In Hijken, een dorp dat normaal bekend staat om zijn bloembollenvelden, maakt een oude groente zijn comeback. Marcel Pijl, de pionier van dit project, heeft besloten om de augurk opnieuw te gaan telen in Nederland. Na tientallen jaren waarin augurken voornamelijk uit Duitsland kwamen, hoopt hij de teelt weer op de kaart te zetten.
Het idee kwam op toen Pijl een aflevering van ‘De Augurkenkoning’ zag, waarin de Amsterdamse familie Kesbeke, specialist in augurken en tafelzuur, werd uitgelicht. Geïnspireerd door het programma en de wens om iets nieuws te proberen, ging Pijl aan de slag. Samen met Kesbeke, die zijn augurken tot nu toe uit Duitsland haalt, startte hij een proefproject op een perceel van 4,5 hectare.
Augurken telen is geen eenvoudige opgave. Het is arbeidsintensief werk, waarbij de vruchten met de hand geplukt moeten worden. Deze uitdaging, samen met het Nederlandse klimaat dat kouder is dan het Duitse Spreewald waar veel augurken vandaan komen, maakt de teelt risicovol. Maar Pijl is bereid om deze uitdaging aan te gaan.
Wat dit project ook bijzonder maakt, is de focus op duurzame teelt. In tegenstelling tot de bloembollen, waarbij vaak veel gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, probeert Pijl bij de augurken zoveel mogelijk natuurlijke methoden te hanteren. Dit betekent minder chemische middelen en meer handmatig werk om onkruid te bestrijden.
Als het project succesvol blijkt te zijn, kunnen we binnenkort Drentse augurken in de supermarkt verwachten. Dit zou niet alleen een bijzondere toevoeging zijn aan het lokale aanbod, maar ook een stap richting het herstellen van een vergeten landbouwtraditie in Nederland. Houd Hijken in de gaten, want de augurk heeft mogelijk weer een toekomst op Nederlandse bodem.


